WMA speakers

In elke geluidsinstallatie wordt de uiteindelijke geluidskwaliteit bepaald door de speakers. De beste opname, opgeslagen op de meest geavanceerde geluidsdrager, en afgespeeld op een top-of-the-line speler en versterker zal verschikkelijk klinken als er slechte speakers aanhangen. Om een goede speaker uit te kunnen kiezen, is belangrijk om te weten wat de rol van van de design van de speaker is en wat de invloed hiervan is op de geluidskwaliteit. Speakers zijn prachtige stukjes techniek en hebben onze cultuur verrijkt met prachtige geluiden. Maar uiteindelijk is het basis concept van een speaker heel eenvoudig.

Grondslagen van geluid

Om te begrijpen hoe spreakers werken is het belangrijk om eerst te weten hoe geluid werkt. In je oor zit een klein stukje huid, het trommelvlies. Als het trommelvlies trilt interpreteert je brein de trillingen als geluid. Snelle veranderingen in luchtdruk zijn de berlangrijkste bron voor het laten trillen van je trommelvlies.

Een speaker maakt van elektrische signalen geluid te maken. Met een microfoon kan men geluid vertalen naar een elektrisch signaal dat kan worden opgeslagen op bijvoorbeeld een cd. Ditzelfde signaal kan dus omgekeerd weer via een speaker worden vertaald in geluid.

Hedendaagse boxen zijn opgebouwd uit meerdere speakers. Een speaker bestaat uit de conus die meestal van papier, plastic of ijzer is gebouwd en vastzit aan de vering die ervoor zorgt dat de conus kan bewegen. In het midden van de conus zit de spoel die weer vastzit aan de “spin”. De spin zorgt ervoor dat de spoel vrij op en neer kan bewegen.

De spoel bestaat uit omgewikkelde draden. Als men hierop een spanning zet (stroom) dan wordt er een magnetisch veld gecreëerd. De permanente magneet zorgt ook voor een magnetisch veld en kan de spoel dus aantrekken of juist afstoten. Door de spanning van de spoel om te draaien wordt de magneet ook afwisselend noord en zuid en dus ook afwisselend aangetrokken en afgestoten.

Door dus een afwisselende stroom op de spoel te zetten kan de conus heel veel keer per seconde op en neer gaan. Hierdoor wordt er afwisselend druk uitgeoefend op de lucht voor de conus. Deze drukverschillen zorgen voor de golven die het menselijke oor kan vertalen in geluid.

Deze luidspeakers kunnen maar binnen een bepaald gebied (frequenties) werken. Daarom zijn boxen uitgerust met verschillende speakers voor verschillende frequentiegebieden. De voornaamste speakers zijn woofers tweeters en midrange speakers. Woofers hebben een grote conus en kunnen daardoor zeer lage geluiden (bassen) produceren. Tweeters zijn klein en kunnen daardoor zeer hoge frequenties produceren en midrange speakers zitten tussen de woofers en de tweeters in. Dit is te begrijpen doordat kleine conussen (tweeters) hogere frequenties moeten produceren en dus sneller op en neer moeten. Dit gaat makkelijker bij een kleine conus dan bij een grote conus. De boxen die meerdere speakers bevatten moeten wel het geluid dat als een signaal binnenkomt verdelen over de speakers ( de woofer moet de lage frequenties krijgen etc.) dit systeem zit in de box zelf. Er bestaat een passief systeem (deze heeft geen stroom nodig) en een actief systeem (deze heeft wel externe stroom nodig).

Bij boxen draait het niet alleen om de speakers, maar ook om de box zelf. zowel de vorm, het materiaal, de dempingsmaterialen in de box enz. Sommige mensen neigen ernaar om een box te versieren met houten sierlijstjes , architraven en andere versierselen. Maar dit komt over het algemeen de klank niet ten goede.